Een belangrijk aandachtspunt in bouwkundige brandveiligheid is de wijze van beugelen van onder andere leidingen, installatiesystemen en kabeldragers die door brandwerende scheidingen lopen. Deze beugeling moet zodanig worden aangebracht dat bij een eventuele brand de prestaties van de brandwerende afdichting niet anders worden beïnvloed dan zoals vastgelegd in de testnorm NEN-EN 1366-3.
De constructie van de beugel en de manier van verankeren moeten bestand zijn tegen de kracht die ontstaat tijdens een brand. Met andere woorden: het is essentieel dat zowel de doorvoer, de brandwerende afdichting als aanvullende voorzieningen, zoals bijvoorbeeld brandkleppen bij een brand op hun plek blijven in de brandscheiding. Vervormingen of verplaatsingen van installaties moeten zoveel mogelijk worden opgevangen door gebruik te maken van rigide of flexibele verbindingen en beugels.
In veel attesten, ETA’s (European Technical Assessments) en testrapporten van brandwerende afdichtingen wordt een maximale afstand aangegeven voor horizontale beugeling. Meestal bedraagt de afstand tussen de brandscheiding en de eerste beugel circa 300 mm. Deze richtlijn wordt ook beschreven in het ISSO/SBR-boek Brandveilige Doorvoeringen (april 2014). Deze afstand moet aan beide zijden van de brandscheiding worden toegepast. Wanneer deze beugelafstand groter is, bestaat het risico dat niet-brandwerende delen van bijvoorbeeld leidingen, kabels, kabelgoten of luchtkanalen bezwijken, wat kan leiden tot schade aan de brandwerende voorziening en verlies van de vereiste brandwerendheid.
In de praktijk, met name in de bestaande bouw, komen we regelmatig situaties tegen die afwijken van gestandaardiseerde testopstellingen. Het door GERCO gebruikte Protecta® afdichtingssysteem van Polyseam noemt in z'n prestatieverklaringen (DoP) doorgaans beugelafstanden tussen 270 mm en 470 mm vanaf de brandscheiding, aan beide zijden. Om op projecten voor duidelijkheid en consistentie te zorgen, heeft GERCO Efectis gevraagd om een Expert Judgement af te geven over beugelafstanden. Dit heeft geresulteerd in rapport R001057 [Rev.1], dat wordt gehanteerd als vuistregel voor beoordeling en onderbouwing van beugelafstanden. Het rapport is specifiek gericht op situaties binnen de bestaande bouw.
Volgens Efectis mag de afstand tussen de brandscheiding en de eerste beugel bij leidingen en kanalen van staalachtig materiaal variëren van 200 tot 500 mm. Voor kunststof buizen geldt een aanbevolen afstand tussen 150 en 400 mm. Op basis hiervan acht Efectis een brandwerendheid van 30 minuten haalbaar.
Metalen leidingen smelten niet weg en zijn uitsluitend gebeugeld voor stabiliteitsdoeleinden. Bij brandtesten worden metalen leidingen op circa 300 mm boven en onder de vloer ondersteund. De lengte van deze leidingen in de proefopstelling bedraagt ongeveer 1 meter. Als de eerste ondersteuning zich op een afstand van 300 tot 800 mm bevindt, worden er geen problemen verwacht die de brandwerendheid negatief beïnvloeden.
Bij kunststof buizen is de positie van de ondersteuning van groter belang, aangezien kunststof doorgaans smelt bij brand. Boven de vloer moet een ondersteuning aanwezig zijn die voorkomt dat de buis wegzakt, zodat een brandmanchet of pipewrap correct functioneert. Daarom is het cruciaal dat de eerste beugel zich boven de vloer op 200 tot 400 mm bevindt. Aan de onderzijde van de vloer wordt een afstand van 300 tot 600 mm als acceptabel beschouwd zonder nadelige gevolgen voor de brandwerendheid.
Ook is het van belang dat de ophangconstructie en verankering van de beugeling voldoende hittebestendig zijn om de brandduur te doorstaan. Gebruik van kunststof pluggen of beugels is in dit opzicht niet toegestaan. De voorkeur gaat uit naar stalen bevestigingsmiddelen, zoals Flamco rails of pijpbeugels van Walraven met M8/M10 draadeinden en metalen slagankers.
Kortom, de beugel vormt een essentieel onderdeel van een gecertificeerde brandwerende oplossing en mag in geen geval worden weggelaten.