In veel gebouwen wordt drinkwaterbeheer nog ingevuld met periodieke controles: een watermonster, een keerklepcontrole, een rapportage. Nodig, maar niet voldoende. Want de kwaliteit van een installatie wordt niet bepaald op het moment van meten, maar in hoe die dagelijks functioneert.
Volgens Wick Wesseling, Manager Sanitair en Watertechniek bij Unica Building Services, zit daar precies het verschil. “Bij prioritaire installaties is de eigenaar verplicht om twee keer per jaar water te bemonsteren op aanwezigheid van legionella. Maar wat gebeurt er in de rest van het jaar? Daar zit je risico.”
Goed onderhoud begint niet bij een checklist, maar bij de basis: een installatie die klopt én gebruikt wordt zoals bedoeld. Wesseling: “Een kraan moet gewoon werken. Een boiler moet op temperatuur blijven en schoon zijn. Maar belangrijker nog: het systeem moet in balans zijn en blijven.” Dat betekent:
juiste temperaturen in warm- en koudwater
voldoende doorstroming in leidingen
geen vervuiling in onderdelen zoals boilers
installaties die passen bij het daadwerkelijke gebruik
Een installatie kan technisch perfect zijn aangelegd, maar alsnog slecht presteren als het gebruik verandert. En dat gebeurt vaker dan gedacht.
In de praktijk ziet Wesseling dat veel organisaties nog reactief werken. “Ik durf wel te zeggen: traditioneel drinkwaterbeheer is twee keer per jaar meten en dan ingrijpen als het misgaat. Maar dan ben je eigenlijk al te laat.”
Dat leidt vaak tot ad-hoc maatregelen, onnodige kosten (filters, reiniging) en verstoring van het gebruik van de installatie. “Je wilt niet achteraf corrigeren, maar continu kleine dingen doen waardoor grote problemen uitblijven.”
Effectief beheer richt zich daarom niet op het achteraf vaststellen van kwaliteit, maar op het continu borgen ervan. Dat betekent structureel aandacht voor:
juiste temperaturen in warm- en koudwater
welke tappunten wel en niet gebruikt worden
voldoende doorstroming in leidingen
het voorkomen van vervuiling in onderdelen zoals boilers
installaties die aansluiten op het daadwerkelijke gebruik
Goed ingericht drinkwaterbeheer bespaart niet alleen risico’s, maar ook tijd en kosten. Wesseling noemt een vaak voorkomend voorbeeld uit de zorg: veel kamers hebben een eigen badkamer, maar douches worden nauwelijks gebruikt. “Dat zijn risicopunten. Traditioneel moet iemand die tappunten elke week handmatig spoelen.”
Bij slimme inrichting gebeurt dat automatisch:
automatische spoeling op basis van gebruik
sensorgestuurde registratie van activatie
koppeling met digitale beheersystemen
“Daarmee bespaar je al snel veel tijd. In sommige gevallen tot wel acht uur per week - zonder dat iemand ernaar hoeft om te kijken.” En belangrijker: het gebeurt altijd. Niet alleen als iemand eraan denkt.
Veel problemen in drinkwaterinstallaties ontstaan niet door slecht onderhoud, maar door veranderingen in gebruik of in het gebouw zelf. “Een installatie verandert vaak mee met een gebouw, maar niet altijd bewust,” zegt Wesseling. “Daardoor klopt de balans in het systeem niet meer met de werkelijkheid.”
Wat hij in de praktijk vaak ziet:
te veel tappunten die nauwelijks gebruikt worden
leidingen die te groot zijn voor het daadwerkelijke gebruik
installaties die na verbouwingen niet opnieuw zijn ingeregeld
Het gevolg is niet direct zichtbaar, maar ontstaat geleidelijk: minder doorstroming, meer stilstand en uiteindelijk een installatie die niet meer doet wat hij moet doen.
Stilstaand water is een van de grootste risico’s in drinkwaterinstallaties, vooral in complexe gebouwen. “Je wilt dat water altijd in beweging blijft,” zegt Wesseling. Bij nieuwbouw begint dat met goed ontwerp:
leidingen zo aanleggen dat water blijft doorstromen
tappunten aan het einde van leidingen plaatsen
zo min mogelijk aftakkingen
Bij bestaande bouw is het lastiger, maar zeker niet onmogelijk. “Onderdelen zitten weggewerkt, dus je moet slimmer kijken waar je doorstroming kunt creëren.” Dat kan bijvoorbeeld door:
automatische spoeling
het aanpassen van leidingen
of het hergebruik van spoelwater
Wat volgens Wesseling vaak misgaat in de markt, is de scheiding tussen advies en uitvoering. “Je hebt adviesbureaus die plannen maken en installateurs die uitvoeren. Maar die praten niet altijd goed met elkaar.”
Unica kiest bewust voor een andere aanpak. Als een van de weinige partijen in Nederland met de BRL 6000-08c certificering voor beheer en onderhoud van drinkwaterinstallaties, combineren zij beide. “Wij kunnen het hele traject uitvoeren: van ontwerp en analyse tot aanpassing en beheer,” zegt Wesseling. “Daardoor kunnen we sneller schakelen en betere keuzes maken.”