Voor gebouweigenaren en beheerders kan wet- en regelgeving rond drinkwaterinstallaties als een wirwar van regels voelen. Niet omdat de verantwoordelijkheid ontbreekt, maar omdat het lastig is om te overzien wat er precies van je verwacht wordt. Tegelijkertijd ligt er een duidelijke verplichting: zorgen dat het water in gebouwen veilig is en blijft.
Volgens Marco Jansink, Technical Lead Watertechniek bij Unica, zit daar precies de uitdaging. “De wet zegt wát je moet bereiken, maar niet altijd hóe. En juist dat maakt het voor veel organisaties ingewikkeld.”
Bij Unica zien we dat veel organisaties vooral behoefte hebben aan duidelijkheid. Wat moet er precies? Waar ben je verantwoordelijk voor? En hoe toon je aan dat je het goed hebt geregeld? Dit artikel brengt structuur in drie situaties: prioritaire instellingen, zorgplicht en industrie.
De regels rond drinkwaterinstallaties zijn opgebouwd uit verschillende lagen die samen één kader vormen. In de praktijk komt het hierop neer:
Het Besluit Bouwwerken en Leefomgeving (BBL) stelt eisen aan gebouwen, waaronder de aanwezigheid van drinkwaterinstallaties
Het BBL verwijst naar de Drinkwaterwet
De Drinkwaterwet verwijst naar het Drinkwaterbesluit
In hoofdstuk 4 van dat besluit staat legionellapreventie
Normen zoals NEN 1006 en waterwerkbladen geven technische invulling
Praktische richtlijnen worden verder uitgewerkt in o.a. de Waterwerkbladen
Voor gebouweigenaren en -beheerders betekent dit vooral één ding: je bent verantwoordelijk voor een veilige installatie - ontwerp, gebruik én beheer.
Voor een aantal gebouwen is de wet heel concreet. Dit zijn de zogenoemde prioritaire instellingen, zoals ziekenhuizen, zorginstellingen en hotels.
Voor deze groep geldt:
een verplichte risicoanalyse
een verplicht beheersplan
aantoonbare uitvoering van maatregelen
Drinkwaterbedrijven controleren deze locaties periodiek, meestal eens in de zes jaar. “Het waterbedrijf komt langs om te kijken of de installatie een risico vormt voor het drinkwaternet,” legt Jansink uit. “Zij leveren het water, dus willen zeker weten dat het niet vervuild raakt.”
Lees hier meer over legionellapreventie voor prioritaire instellingen.
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) komt pas in beeld bij serieuze afwijkingen. Bijvoorbeeld:
als een drinkwaterbedrijf tekortkomingen constateert
of bij een besmetting boven de 1000 kve/liter
“In dat laatste geval zijn we verplicht om een melding te doen,” zegt Jansink. “Dat gebeurt gelukkig niet vaak, ik heb het in ruim tien jaar maar een paar keer meegemaakt. Meestal blijft het bij controles door het drinkwaterbedrijf. De ILT komt echt pas als het misgaat.”
De kern van zo’n controle is eenvoudig: kun je aantonen dat je je zaken op orde hebt? “Het gaat er niet om dat alles helemaal perfect is,” zegt Jansink. “Het gaat erom dat je inzicht hebt en laat zien dat je controle hebt.”
Twijfel je of jouw situatie voldoet aan de wettelijke eisen? Met onze checklist Veilig drinkwater krijg je snel inzicht.
Voor andere gebouwen, zoals kantoren en bedrijfsgebouwen, geldt de zorgplicht. Hier schrijft de wet minder concreet voor wat je moet doen, maar de verantwoordelijkheid blijft hetzelfde: zorgen voor veilig watergebruik.
“Dat maakt het voor veel beheerders lastig,” zegt Jansink. “Je moet zelf bepalen wat nodig is voor jouw situatie, en dat vraagt om inzicht in je installatie.”
Veelvoorkomende voorbeelden zijn sportcomplexen of kantoorpanden met douches die weinig worden gebruikt. Stilstaand water kan daar risico’s geven, maar de wet geeft niet exact aan welke maatregel verplicht is. De verantwoordelijkheid om dat risico te onderkennen en te beheersen ligt bij de gebouweigenaar. “Wij kunnen helpen inzicht te krijgen en risico’s in kaart te brengen”, aldus Jansink.
Naast gebouwen speelt legionellabeheer ook in industriële omgevingen, zoals proceswaterinstallaties. Daar is vaak geen directe drinkwaterwetgeving van toepassing, maar de Arbowet. Die richt zich op een veilige werkomgeving voor medewerkers.
“Dat betekent dat we bij proceswaterinstallaties niet alleen kijken naar drinkwaterkwaliteit, maar vooral naar risico’s voor werknemers,” legt Jansink uit. Denk aan:
tanks of systemen waar water stilstaat
installaties waar aerosolen kunnen ontstaan
processen met verhoogde temperaturen
“De kaders zijn hier minder strak,” zegt Jansink. “Maar de verantwoordelijkheid is er niet minder om. We krijgen hier steeds vaker vragen over. Risico’s kunnen we al goed duiden, maar de formele kaders zijn nog in ontwikkeling.”
Binnen Unica wordt wet- en regelgeving niet gezien als losstaand document, maar als onderdeel van de totale installatiepraktijk. Dat gebeurt onder andere via:
BRL 6010-gecertificeerde risicoanalyses
toepassing van ISSO 55-richtlijnen
structureel vakoverleg tussen specialisten
Of het nu gaat om een zorginstelling, kantoor of industriële installatie: de rode draad is hetzelfde. Je moet weten wat er in je installatie gebeurt. Binnen Unica wordt wet- en regelgeving niet gezien als iets losstaands, maar als onderdeel van de totale installatiepraktijk.
“Wij vertalen regels naar hoe een installatie echt werkt,” zegt Jansink. “En vooral: wat je moet doen om het beheersbaar te maken.”
Voor gebouweigenaren en beheerders draait legionellapreventie uiteindelijk om duidelijkheid: weten wat verplicht is, wat verstandig is en wat passend is voor jouw gebouw. De wet- en regelgeving biedt daarvoor het kader, maar de vertaling naar de praktijk vraagt om inzicht in de installatie en de specifieke situatie. “De vraag die we het vaakst krijgen is: doen we het goed?” zegt Jansink. “Het is onze taak om daar een duidelijk antwoord op te geven – en het vervolgens ook goed te regelen.”